|
|
|
|
|
|
Reisverslag Madagascar 2007 |
|
|
|
29 APRIL: Bonjour vazaha!
|
|

|
| |
|
29 april:
een zeer hartelijk welkom!
Ik maakte
deze reis met Rob de Wit, lid van de ouderraad van het Aloysius
College.
De heenreis verliep niet echt gladjes. We liepen in Parijs anderhalf
uur vertraging op. Verder was de vlucht prima. Omdat het zo helder
was hadden we een prachtig uitzicht op de Alpen. Er lag ontzettend
veel sneeuw.
We arriveerden ruim anderhalf uur te laat en raakten ook nog een uur
kwijt aan het regelen van visa voor ons paspoort. Voor dat je je
paspoort kunt laten stempelen, moeten er zegels in voor het visum.
De volgende keer moeten we dus echt eerst die zegels halen, want dat
kostte erg veel tijd. Het was trouwens geen kleinigheid met het
paspoort door de controle te komen: door een indrukwekkend personage
in uniform werd over de zegels een stempel gezet en een volgende
functionaris las het nog eens allemaal goed na. Een derde figuur
voorzag het stempel daarna van een handtekening.
Eenmaal door de douane troffen we niet alleen onze gastvrouw, madame
Louise, met haar twee zoons, Najto en Dinah, en haar dochter Sitaka,
maar ook nog een hele delegatie van de school. Wel twintig man/vrouw
en kind! Omdat één van de kinderen zich onmiddellijk meester maakte
van de koffer van Rob, raakte Rob in lichte paniek: hij dacht dat
een zwerfkind er met zijn koffer vandoor ging.
Inmiddels was het één uur. Het gezelschap had vier uur op ons
gewacht.
De reis naar Ampahidralampo verliep voorspoedig, maar duurde erg
lang omdat het hevig had geregend. Het gezelschap in de bus, een
taxi-brousse (dat is een minibusje met vijfentwintig zitplaatsen)
amuseerde zich goed en begon te zingen. Het schijnt dat wij om half
drie in bed lagen. Ik kan me er niet veel van herinneren. Voordat we
naar bed gingen deelden we cadeaus uit aan de familie. Voor docteur
Roland, de man van madame Louise, had ik een mooie polo meegebracht,
die ik voor slechts vijf euro op de Goudse markt had gekocht. Hij
was er reuze blij mee.
30
april: Wilhelmus van Nassouwe!
De ochtend begon gelukkig pas om acht uur. Op het terrein van de
school troffen we Corine Dikkers en Inge Schrama. Zij hebben net hun
studie aan de universiteit in Delft afgemaakt en via een docent op
het Aloysius College zijn ze met mij in contact gekomen. Ze wilden
graag iets doen in een ontwikkelingsland voordat ze aan hun carrière
begonnen en in Ampahidralampo konden ze zo terecht. Ze hadden 6000
euro geld ingezameld om een grote kantine te bouwen met er bovenop
een gastverblijf en toen wij er kwamen waren ze pas vier weken
bezig, maar de bouw vorderde goed. Ze hadden veertien man aan het
werk! Voor 6000 euro kun je hier echt een heel erg degelijk gebouw
neerzetten.
Wij werden uitgenodigd deel te nemen aan de dagopening. De
leerlingen van de school hesen de vlag en zongen het volkslied. Als
tegenprestatie moesten wij het Wilhelmus zingen. Het bleek dat wij
geen van vieren de woorden van het eerste couplet goed kenden.
Eigenlijk wel een beetje een genante vertoning en dat nog wel op
koninginnedag!
Na het ontbijt gingen Rob en ik in het gezelschap van Njato met de
taxi-brousse naar de hoofdstad Antananarivo (ook wel kortweg Tana
genoemd) om geld te wisselen en schoolspullen te kopen voor
Manjakasoa, één van de dorpen waar we het afgelopen jaar bezig zijn
geweest met de renovatie van de twee schoolgebouwen.
Nadat we een grote doos met spullen hadden gekocht en geld hadden
gewisseld ( 1 euro is nu 2376 ariary), gingen we lekker eten op een
terrasje. Het stortregende, maar we bleven droog onder de parasol.
Na de terugreis met de taxi-brousse (een ritje kost 1000 ariary, dat
is ongeveer veertig cent) maakten we een wandeling naar het
paradijselijke dorpje dat twee kilometer van Ampahidralampo ligt en
met Ampahidralampo is verbonden door middel van een landweggetje.
Langs het weggetje zagen we een aantal mannen met spaden zand uit
een beek overhevelen in emmers. Die emmers werden geleegd op een
grote hoop langs het weggetje. Later bleek dat het zand werd
gebruikt voor het beton voor de kantine van Inge en Corine.
In het dorp zijn een aantal zijdewerkplaatsen. We bezochten er een
stuk of vier. Eén vrouw toonde ons een groot aantal zijderupsen die
krioelden op frambozenbladeren in de vensterbanken van haar huisje.
|
|
|
Op de terugweg zagen we zeboes en
koeien die terug gedreven werden naar het dorp omdat ze ’s nachts
gestolen zouden kunnen worden. Het is niet te geloven maar het komt
regelmatig voor dat er veedieven op pad worden gestuurd door de
slagers uit de stad om op het platteland boeren van hun vee te
beroven.
Het was helder licht over groene velden in veel schakeringen. De
rijst was in creatieve guirlandes over de akkers gedrapeerd. Het was
oogsttijd en de opbrengst was goed. Op de akkers werd hard gewerkt.
De mensen maken een vrolijke indruk.
Er zijn overal grote aantallen kinderen. De gezondheidszorg is een
stuk beter dan in het verleden en de kindersterfte is afgenomen,
maar de bevolkingsgroei is echt een probleem. De laatste zes jaar
zijn er maar liefst twee miljoen mensen bij gekomen en hoewel
Madagascar echt niet overbevolkt is -het land is zestien maal zo
groot als Nederland en er wonen nu achttien miljoen inwoners- blijkt
het toch heel erg moeilijk voor elkaar te krijgen dat er voor al die
mensen een beetje een fatsoenlijk inkomen is.
|
|
 |
|
de meeste kinderen helpen een handje
mee in het gezin |
Overal kwamen kinderen te
voorschijn om naar ons te kijken en te lachen. Soms stoof een kind
angstig weg bij de aanblik van die enge blanken.
Het licht is hier prachtig. De mensen zijn vriendelijk. Het leven
gaat langzaam. De tijd rust hier uit.
| |
Het fluistert
niet,
geen ruis.
Nuances groen en geel.
Goud geurt de rode grond.
Tijd rust hier uit.
Ik was en ben en was.
Ik heb mijn plek. |
|

|
| |
|
 |
| |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|