|
|
|
|
|
|
|
|
Reisverslag door Rob de Wit (lid
ouderraad AC)
|
|
Madagaskar
in het kort
Madagaskar is een land dat 2 keer zo groot is als Engeland. Het is het
vierde grootste eiland ter wereld (na Groenland, Nieuw Guinea en
Borneo), vol wildlife, natuur en cultuur uit Azië en Afrika. Het eiland
fungeert als een brug tussen deze twee werelden. De algemene
wetenswaardigheden van dit land zijn bij (de meeste mensen) niet bekend.
Een groot gedeelte van de mensen weet niet waar dit grootse eiland ligt
( op ruime afstand voor de kust van Mozambique). Er leven 18
verschillende stammen ( clans) , allemaal met hun eigen taboes,
gebruiken en rituelen. Er wonen 18 miljoen mensen- maar de
bevolkingsstatistieken zijn niet nauwkeurig, er wordt ook gesproken over
20 miljoen mensen. |
|
 |
Verder haalt het land amper de
nieuwspagina’s bij ons. Tot 1960 was het een kolonie van Frankrijk ( de
mensen met een bovengemiddelde opleiding spreken wel Frans, maar de
voertaal is plateaumalagasi). Na 1960 is het een onafhankelijk
democratisch land geworden. Hoewel in de 80ér jaren intensieve
betrekkingen waren met China en Noord-Korea. De bevolking bestaat voor
het grootste gedeelte uit van oorsprong bewoners uit Polynesie..Helaas
is het zo, dat Madagaskar behoort tot de 5 armste landen ter wereld.
Door de rode aarde op Madagaskar, wordt het ook wel het ‘rode eiland’
genoemd.
|
|
|
|
Op Madagaskar heeft de
natuur zich kunnen ontwikkelen zonder invloeden van buitenaf, omdat het
zo’n geïsoleerde ligging heeft. Er komen om deze reden, andere dieren en
planten voor op het eiland.
De lemuur bijvoorbeeld, een halfaap, kun je hier aantreffen en is een
van de bijzondere dieren, tezamen met de vele soorten bijzondere
kameleons, waar Madagaskar om bekend staat.
Op weg |
Op 3 mei verlaat ik
’s morgens vroeg ons dorpje ( 21 zielen) . Met de gids en de chauffeur
zouden we ongeveer in 5 uur naar het Nationaal Park bij Andasibe rijden.
We rijden via de hoofdstad, Tananariva, naar dit park, dat onder beheer
staat van WWF. De hoofdstad wordt bewoond door ca 3,5 miljoen inwoners.
Net zo als in de steden van andere landen neemt de trek vanuit het
platteland naar de stad nog telkens toe. Zo ook hier. De concurrentie om
het bestaan aan de onderkant van de samenleving is gigantisch. De toch
al te grote armoe en het gebrek aan werk , huisvesting en voedsel moet
elk jaar onder nog meer mensen worden verdeeld. Er lijkt geen regie om
deze stadsimmigratie te beperken.
|
 |
Voorbij Tananariva trekken we,
via de nationale hoofdweg, voort op weg naar het noorden. Deze
weg behoort tot de beste wegen van Madagaskar. De rest van dit
grote eiland is moeilijk toegankelijk Voorbij de te passeren
bergkam (1700 meter) wordt het landschap anders. Er ontvouwen
zich brede landschappen waar veel rijst en fruit wordt geteeld.
|
 |
Het
landschap wordt gekenmerkt door ruimte en mooie kleuren. Overal
domineert de rode gloed van de aarde. Ogenschijnlijk komt dit
deel van Madagaskar welvarender over. In de kleinere dorpjes zie
je huisjes van een betere kwaliteit, en de mensen zien er beter
en verzorgder uit dan in en rond de hoofdstad.
|
|
Rond 4 uur ’s middags komen we
aan in de lodge, aan de rand van het park. Er is nog net genoeg
tijd voordat de hier vroegvallende avond valt Claudia begeleidt
ons en na een 3 kwartier lopen zien we de, specifiek voor
Madagaskar en nergens anders voorkomende, apen. Op een niet te
grote afstand zien we deze 2 aandoenlijke aapjes. Heel
voorzichtig en geruisloos slaan we dit stel gade. Een vallende
tak , verschrikt deze beesten en zijn ze verdwenen.
|
 |
 |
De
volgende ochtend om 7 uur gaan we verder waar we de dag te voren
waren gebleven. Na ongeveer een uur zien we een groep Lemurs.
Deze apen leven in een groepje van maximaal 6 soortgenoten. In
dit stuk regenwoud, zo vertelt Claudia, leven 33 groepen . Elk
jaar in november / december komen deze 33 groepen samen om de
samenstelling van de groepen opnieuw te bepalen. Dit gaat
gepaard met vechtpartijen tussen de mannetjes. Het is zelden dat
er een dodelijk slachtoffer valt |
|
|
Deze apen leven
van de vruchten en de bladeren van de bomen en de planten. Een
totaal van 30 soorten moeten ze op een gemiddelde dag innemen.
Als ze niet evenwichtig eten, bijvoorbeeld als 1 planten- of
bomensoort op een dag domineert, raken ze vergiftigd. Om deze
vergiftiging tegen te gaan, moeten ze aarde innemen. In deze
aarde zitten mineralen en zouten, die als tegengif fungeren.
Daarom kun je de lemurs ook op de grond aan treffen. Echter ze
verkiezen de bomen en vooral de kroon van het bos. |
 |
|
 |
Later op onze tocht
komen we nog kameleons en een forse slang tegen. Het bijzondere van deze
kameleons- naast hun wisselende kleurverschijning- is dat ze niet schuw
zijn. Ze vertrouwen blijkbaar altijd op hun mimicritische eigenschappen.
De slang daarentegen slingert bij de nadering van ons schielijk het woud
weer in, minder overtuigd van zijn camouflage-eigenschappen. |
|
Onze tocht
leidt ons verder langs kleine stroompjes, waar een aantal
vlinders zich al fladderend tegoed doen aan druppels water die
op de bladeren zijn achtergebleven. Claudia brengt de spanning
van een jungletocht weer helemaal terug als ze aangeeft dat er
een kans bestaat dat bij een verbreding van de rivier verderop
mogelijk krokodillen zijn te bezien. In het bijna stilstaande
water zie ik inderdaad een krokodil drijven, maar verderop –
vanaf een verhoogd tropisch talud kunnen we een aantal
krokodillen op de oever aanschouwen. |
 |
|
 |
’s Avonds komen we
via dezelfde weg – weer aan in ons dorp en we ( Rola, Corine en
Inge en ik ) wisselen onze ervaringen uit, waarover verder in
het verslag van Rola meer.
Een kort verblijf in dit immense maar prachtige land maakt me
nog eens duidelijk dat kleinschalige maar gerichte initiatieven
nuttig en effectief zijn. In de kleine gemeenschappen zal de
verdere structurele stimulering en facilitering van het
onderwijs, zoals door de Stichting Madagaskar mogelijk wordt
gemaakt, een goede zaak blijven.
|
Rob de Wit, lid ouderraad AC mei 2007 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|