Privacy Policies

 

zoek op onze site

  
 




 

 

Reisverslag Madagascar 2007

  
 29/30  april 2007 1 mei 2007  2 mei 2007 3 mei 2007  4 mei 2007

voor het verslag van het Madagascarbezoek door Rob de Wit

naar de voorpagina van de Madagascar-site
 

 

4 mei: Nous assumons la responsabilité

Vandaag moesten er zaken worden gedaan. We zouden met de directeur van het Directoraat Elektriciteit van het ministerie gaan praten over de problemen bij de uitvoering van het werk in Ampahidralampo en met de vicaris generaal van het bisdom over de problemen met de put in Beloha.

Ik had van Louise begrepen dat we om zeven uur zouden vertrekken, dus ik stond om zes uur kwiek op en rolde met het grootste gemak mijn dikke donzen slaapzak in een plastic tas. Als het succes van deze actie een voorbode was, kon de dag niet meer stuk. Ik wist heel zeker dat ik in mijn gigantische koffer genoeg ruimte zou hebben omdat alle schoolspullen er uit waren, dus dit keer vreesde ik geen problemen met de douane. Op de heenreis had ik nog 6 kilo over moeten hevelen van mijn koffer naar mijn handbagage en andere jaren had ik ook wel eens problemen om met alle bagage het land uit te komen.

Louise bleek zich wat minder gehaast te hebben dan ik en we gingen pas om half acht weg. Louise nam een vriendin mee die in de zak van een tweedehands jurk Koreaans geld had aangetroffen en verwachtingsvol naar de bank in Tana ging omdat ze hoopte in één keer wat minder arm te worden.

We arriveerden al om half negen bij onze eerste afspraak, de directeur Elektriciteit. We namen plaats in de receptieruimte waar de receptioniste een grote stapel kranten voor zich had. Ze bood ons ruimhartig een krant aan en zo las ik toevallig een artikel in de Gazette, een Malagassische krant die deels in het Frans is. Er stond een artikel in over de MAP, dat is het grote Malagassische Action Plan van de president Marc Ravalomanana. Het was een vrij kritisch artikel. Het was geschreven naar aanleiding van relletjes in een paar steden in het zuiden. Volgens de journalist zijn de prijzen de laatste vier jaar erg gestegen, terwijl de lonen niet omhoog zijn gegaan. Dat laatste spoort met mijn eerdere waarnemingen. Het artikel suggereerde dat het allemaal de schuld was van de president die te weinig oog heeft voor de armen. Over de rol van het IMF (de Wereldbank), geen woord. Er stond ook in het artikel dat het bedrijf van de president het uitermate goed deed. Dat bedrijf heet Tiko -je komt overal deze naam tegen en meestal in de combinatie ‘vita Malagasy’ d.w.z. gemaakt in Madagascar. Tiko doet voornamelijk in zuivel en frisdrank. Een pak jus d’orange kost hier een euro en dat is het gemiddelde daginkomen van een gezin, dus het is een wonder dat daar een markt voor is. Wat niet in het artikel stond is dat een belangrijke verklaring van de verdere verarming van de bevolking is dat Madagascar in de ijzeren greep is van het IMF, het Internationale Monetaire Fonds. Eén van de belangrijkste beleidsuitgangspunten van het IMF is beperking van de overheidsuitgaven en liberalisering van de handel dat betekent onder meer het opheffen van handelsbarrières en het afschaffen van subsidies. Daar staat tegenover dat het IMF investeringen in de infrastructuur (wegen en spoorverbindingen) en het onderwijs stimuleert. De onrust in het zuiden stond in verband met vertraging in de betaling van beurzen van studenten, maar de bevolking sloot zich gemakkelijk bij de onruststokers aan.

Het negatieve krantenbericht staat in vreemd contrast met het enthousiasme dat Louise en Roland voelen voor de president, maar toen ik er later met Louise over sprak zei ze dat de president heel groot denkt, maar weinig oog heeft voor de behoeften van de armen.

We zaten zeker drie kwartier te wachten, toen ik bedacht dat ik hier met een belangrijke missie was en dat het dus te gek was dat de directeur zich niet aan de afgesproken tijd, negen uur, hield. Ik sprak de receptioniste op tamelijk hoge toon aan en zij reageerde direct. Vijf minuten later zaten we met de directeur in de spreekkamer. Er stonden maar twee stoelen, dus de directeur haalde er een paar uit de wachtruimte. Ik weet niet of dit typerend is voor de faciliteiten in overheidsgebouwen, maar echt luxe was het niet. De directeur was een aardige man en ik kreeg ruimschoots gelegenheid om in mijn allerbeste Frans het woord te doen. Ik vertelde hem dat ik tussenpersoon was voor een weldoener in Nederland die de aanleg van het elektriciteitsnet in Ampahidralampo zou betalen, maar dat deze sponsor ongeduldig werd omdat het werk in augustus 2006 een aanvang had zullen nemen en er nu nog steeds niets was gebeurd. De directeur onderbrak mij enkele keren met slimme vragen die ik ook zelfs nog in het Frans kon beantwoorden. Toen legde hij uit dat er door Jirama, de elektriciteitsmaatschappij, een nieuw plan was gemaakt voor Ampahidralampo. Jirama verkeert in liquiditeitsproblemen en wordt momenteel dus gesteund door de overheid:
“ça c’est un problème” (een variant op de uitspraak die madame Louise vaak doet: “Voilà le problème.”). En vervolgens volgde een opsomming:

1. Het was de bedoeling dat naast Ampahidralampo twee dorpen van elektriciteit zouden worden
    voorzien. Er was echter nog niet genoeg geld voor het arbeidsloon. Er was zeven miljoen ariary
    van de dorpen, tien miljoen van Madame Louise en er ontbraken er nog vier.

2. DER (het directoraat elektriciteit) had nog niet alle materiaal bij elkaar verzameld en Jirama
   wilde pas beginnen als het materiaal compleet én ter plekke was. De president van DER zou de
   vraag krijgen voorgelegd de rest van het materiaal te leveren en er was hoop dat dit zou lukken.

3. Het transport van het materiaal van Tana naar de dorpen zou ook door de afnemers geregeld
   moeten worden.

Om een en ander op papier te zetten wilde de directeur een afspraak maken met madame Louise en de burgemeester van Talata, die ook verantwoordelijk is voor Ampahidralampo en de twee dorpen. De directeur zei wel dat Louise alvast een vrachtwagen kon gaan regelen voor het vervoer in de week van 7 mei. Goed nieuws dus!

Buiten stond gelukkig een taxi, want het gebouw waar wij waren was een heel eind van het centrum vandaan. De taxi kostte zeven mille en dat vond Louise erg veel (het is dus ook wel meer dan twee euro), maar we konden niet veel anders.

We gingen rechtstreeks naar de vicaris generaal van het bisdom. Ook hier vertelde ik het hele verhaal in het Frans, hoewel de vicaris generaal zei dat hij Duits sprak (dat was niet heel erg waar). In mijn verhaal benadrukte ik hoe demotiverend de gang van zaken in Beloha was voor de Nederlandse leerlingen die het geld voor de put hadden ingezameld. Madame Louise voegde er nog aan toe dat het een smet was op het blazoen van de katholieke kerk. De vicaris generaal gaf aan dat het bisdom ervan op de hoogte was dat père Jean had gesjoemeld en besloot ter plaatse père Jean te bellen. Uit het telefoongesprek was op te maken dat père Jean erg zijn best deed de schuld af te schuiven, maar dat hij daar niet mee weg kwam.
Wat het precies was dat de vicaris generaal, Marc Ravelonatoandro, raakte weet ik niet, maar al met al was het een dramatische vertoning die eindigde met een toezegging van de vicaris generaal: “Nous asssumons la responsabilité.”

Opgelucht gingen we naar de bank om het Koreaanse geld te wisselen. Dat werd een teleurstelling. Men kende het geld niet en wilde er niets mee. Dat is op zich niet zo ongewoon. Je kunt in Nederland ook geen Malagassisch geld wisselen.

 


We besloten de gebeurtenissen van deze ochtend te verwerken op een terras. Op het terras werden we benaderd door een verkoper van landkaarten. Je wordt hier voortdurend door verkopers aangesproken. Ik heb de indruk dat er minder westerlingen in Tana zijn dan een paar jaar geleden en dat de verkopers daardoor wat opdringeriger zijn dan vroeger.

Tijdens onze lunch (drie personen voor in totaal twaalf euro), bleef de landkaartverkoper staan wachten en toen we weggingen om op de markt een saus te kopen voor mijn zoon Michiel (die had om een saus uit Madagascar gevraagd), bleef hij ons achtervolgen, over alle treden van de trap die van dit deel van het centrum naar beneden leiden. Aan weerszijden van deze trap staan verkopers van artikelen en er lopen dus ook nog veel verkopers rond die je aanspreken. De kaartverkoper klitte erg aan mij vast en Louise zei op een zeker moment dat ze bang werd. Dat werd ik gelukkig niet. Uiteindelijk schudden we de jongen af. Hij gaf het op onder het uiten van vreselijke verwensingen aan het adres van de twee Malagassische vrouwen.

Op de markt konden we inderdaad een saus kopen en toen namen we een taxi naar de taxi-brousse. Louise was weer wat gekalmeerd en schaterlachte toen ik wees op een grote zwarte man die op één schoen liep, vermoedelijk onder het motto beter één dan géén (of net verloren?).

Bij terug keer in Ampahidralampo bleek dat de vloer van de eerste etage al in de kantine zat. Bravo voor Corine en Inge!


 


Na een kort moment van rust ging ik met Louise naar de chef de village. Hij en zijn vrouw zaten weer achter de naaimachine, maar hun hulpje waren ze kwijt. Die was in de stad gaan werken, waar hij beter betaald krijgt. Van huis uit heeft de chef de village niet zo’n handig beroep. Hij is elektromonteur en is gespecialiseerd in kleine elektrische apparaten. Die zijn er niet zoveel in een dorp zonder elektriciteit. Hij is heel arm, hij heeft net genoeg geld om te eten, maar niet om te investeren in een voedselvoorraad. De rijst kost momenteel ongeveer 1000 ariary, maar in de maanden december, januari en februari, is er schaarste en dan kunnen de prijzen van de rijst wel stijgen tot 5000 ariary, dat kan een doorsnee gezin niet betalen en dus lijden ze dan honger. Met een beetje meer geld zouden ze een voorraadje kunnen aanleggen. Ik gaf 60.000 ariary (24 euro) in de hoop dat ze er iets verstandigs mee zouden doen.

Op de terugweg naar het centre kocht ik wat snoep om te trakteren op school. Ik dacht dat het me heel wat geld zou kosten, maar al met al was ik 2000 ariary kwijt, nog geen euro.
Hierna gingen we nog langs bij de docent wis- en natuurkunde, een broer van Louise, die aan het centre is verbonden. Hij krijgt voor zijn docentschap 20 euro per maand. Hij woont met vrouw en drie zoons in een huisje met twee kleine kamers, één annex keuken. Beide kamers werden verder voornamelijk in beslag genomen door een tweepersoons bed. Op het ene bed zat zijn vrouw rozetten te maken. Verder doet zij in afgrijselijke boeketten van kunstbloemen. Ik vroeg of ik een paar rozetten kon kopen. Dat kon voor 250 ariary per stuk dat is tien eurocent. Toen ik wilde betalen, zeiden ze dat het een cadeau was en dat ze er nog een aantal bij zouden maken. Dat deden ze ter plekke, man, vrouw en één van de zoons in harmonieuze
samenwerking. Vader knipte en moeder en zoon krulden de blaadjes om in de vlam van een kaars.
Om zes uur waren we terug in het centre voor de maaltijd. Rob kwam omstreeks die tijd ook terug van zijn tweedaagse trip naar het natuurreservaat (waarover meer verderop als bijlage bij dit verslag).

Het inchecken op de luchthaven leek probleemloos te verlopen tot het moment waarop mijn bagage werd gecheckt bij de ingang van het vliegtuig, toen werden mijn twee halve literflessen rum en twee houten, bewerkte, briefopeners in beslag genomen omdat er een scherpe punt aan zat. In het vliegtuig kregen we een stalen vork, die ik moeiteloos als effectief wapen had kunnen gebruiken. Maar goed in Madagascar word je niet agressief, iedereen is vriendelijk, bijna nooit spreekt er iemand met stemverheffing, nooit zie je iemand slaan. Het blijft een heel bijzonder land.

VITA MALAGASY