|
|
|
|
|
|
Reisverslag Madagascar 2007 |
|
|
|
4 mei: Nous
assumons la responsabilité
Vandaag moesten er zaken worden gedaan. We zouden met de directeur
van het Directoraat Elektriciteit van het ministerie gaan praten
over de problemen bij de uitvoering van het werk in Ampahidralampo
en met de vicaris generaal van het bisdom over de problemen met de
put in Beloha.
Ik had van Louise begrepen dat we om zeven uur zouden vertrekken,
dus ik stond om zes uur kwiek op en rolde met het grootste gemak
mijn dikke donzen slaapzak in een plastic tas. Als het succes van
deze actie een voorbode was, kon de dag niet meer stuk. Ik wist heel
zeker dat ik in mijn gigantische koffer genoeg ruimte zou hebben
omdat alle schoolspullen er uit waren, dus dit keer vreesde ik geen
problemen met de douane. Op de heenreis had ik nog 6 kilo over
moeten hevelen van mijn koffer naar mijn handbagage en andere jaren
had ik ook wel eens problemen om met alle bagage het land uit te
komen.
Louise bleek zich wat minder gehaast te hebben dan ik en we gingen
pas om half acht weg. Louise nam een vriendin mee die in de zak van
een tweedehands jurk Koreaans geld had aangetroffen en
verwachtingsvol naar de bank in Tana ging omdat ze hoopte in één
keer wat minder arm te worden.
We arriveerden al om half negen bij onze eerste afspraak, de
directeur Elektriciteit. We namen plaats in de receptieruimte waar
de receptioniste een grote stapel kranten voor zich had. Ze bood ons
ruimhartig een krant aan en zo las ik toevallig een artikel in de
Gazette, een Malagassische krant die deels in het Frans is. Er stond
een artikel in over de MAP, dat is het grote Malagassische Action
Plan van de president Marc Ravalomanana. Het was een vrij kritisch
artikel. Het was geschreven naar aanleiding van relletjes in een
paar steden in het zuiden. Volgens de journalist zijn de prijzen de
laatste vier jaar erg gestegen, terwijl de lonen niet omhoog zijn
gegaan. Dat laatste spoort met mijn eerdere waarnemingen. Het
artikel suggereerde dat het allemaal de schuld was van de president
die te weinig oog heeft voor de armen. Over de rol van het IMF (de
Wereldbank), geen woord. Er stond ook in het artikel dat het bedrijf
van de president het uitermate goed deed. Dat bedrijf heet Tiko -je
komt overal deze naam tegen en meestal in de combinatie ‘vita
Malagasy’ d.w.z. gemaakt in Madagascar. Tiko doet voornamelijk in
zuivel en frisdrank. Een pak jus d’orange kost hier een euro en dat
is het gemiddelde daginkomen van een gezin, dus het is een wonder
dat daar een markt voor is. Wat niet in het artikel stond is dat een
belangrijke verklaring van de verdere verarming van de bevolking is
dat Madagascar in de ijzeren greep is van het IMF, het
Internationale Monetaire Fonds. Eén van de belangrijkste
beleidsuitgangspunten van het IMF is beperking van de
overheidsuitgaven en liberalisering van de handel dat betekent onder
meer het opheffen van handelsbarrières en het afschaffen van
subsidies. Daar staat tegenover dat het IMF investeringen in de
infrastructuur (wegen en spoorverbindingen) en het onderwijs
stimuleert. De onrust in het zuiden stond in verband met vertraging
in de betaling van beurzen van studenten, maar de bevolking sloot
zich gemakkelijk bij de onruststokers aan.
Het negatieve krantenbericht staat in vreemd contrast met het
enthousiasme dat Louise en Roland voelen voor de president, maar
toen ik er later met Louise over sprak zei ze dat de president heel
groot denkt, maar weinig oog heeft voor de behoeften van de armen.
We zaten zeker drie kwartier te wachten, toen ik bedacht dat ik hier
met een belangrijke missie was en dat het dus te gek was dat de
directeur zich niet aan de afgesproken tijd, negen uur, hield. Ik
sprak de receptioniste op tamelijk hoge toon aan en zij reageerde
direct. Vijf minuten later zaten we met de directeur in de
spreekkamer. Er stonden maar twee stoelen, dus de directeur haalde
er een paar uit de wachtruimte. Ik weet niet of dit typerend is voor
de faciliteiten in overheidsgebouwen, maar echt luxe was het niet.
De directeur was een aardige man en ik kreeg ruimschoots gelegenheid
om in mijn allerbeste Frans het woord te doen. Ik vertelde hem dat
ik tussenpersoon was voor een weldoener in Nederland die de aanleg
van het elektriciteitsnet in Ampahidralampo zou betalen, maar dat
deze sponsor ongeduldig werd omdat het werk in augustus 2006 een
aanvang had zullen nemen en er nu nog steeds niets was gebeurd. De
directeur onderbrak mij enkele keren met slimme vragen die ik ook
zelfs nog in het Frans kon beantwoorden. Toen legde hij uit dat er
door Jirama, de elektriciteitsmaatschappij, een nieuw plan was
gemaakt voor Ampahidralampo. Jirama verkeert in
liquiditeitsproblemen en wordt momenteel dus gesteund door de
overheid:
“ça c’est un problème” (een variant op de uitspraak die madame
Louise vaak doet: “Voilà le problème.”). En vervolgens volgde een
opsomming:
1. Het was de bedoeling dat naast Ampahidralampo twee dorpen
van elektriciteit zouden worden
voorzien. Er was echter nog niet genoeg geld voor het
arbeidsloon. Er was zeven miljoen ariary
van de dorpen, tien miljoen van Madame Louise en er ontbraken er
nog vier.
2. DER (het directoraat elektriciteit) had nog niet alle
materiaal bij elkaar verzameld en Jirama
wilde pas beginnen als het materiaal compleet én ter plekke was.
De president van DER zou de
vraag krijgen voorgelegd de rest van het materiaal te leveren en
er was hoop dat dit zou lukken.
3.
Het transport van het materiaal van Tana naar de dorpen zou ook door
de afnemers geregeld
moeten worden.
Om een en ander op papier te zetten wilde de directeur een afspraak
maken met madame Louise en de burgemeester van Talata, die ook
verantwoordelijk is voor Ampahidralampo en de twee dorpen. De
directeur zei wel dat Louise alvast een vrachtwagen kon gaan regelen
voor het vervoer in de week van 7 mei. Goed nieuws dus!
Buiten stond gelukkig een taxi, want het gebouw waar wij waren was
een heel eind van het centrum vandaan. De taxi kostte zeven mille en
dat vond Louise erg veel (het is dus ook wel meer dan twee euro),
maar we konden niet veel anders.
We gingen rechtstreeks naar de vicaris generaal van het bisdom. Ook
hier vertelde ik het hele verhaal in het Frans, hoewel de vicaris
generaal zei dat hij Duits sprak (dat was niet heel erg waar). In
mijn verhaal benadrukte ik hoe demotiverend de gang van zaken in
Beloha was voor de Nederlandse leerlingen die het geld voor de put
hadden ingezameld. Madame Louise voegde er nog aan toe dat het een
smet was op het blazoen van de katholieke kerk. De vicaris generaal
gaf aan dat het bisdom ervan op de hoogte was dat père Jean had
gesjoemeld en besloot ter plaatse père Jean te bellen. Uit het
telefoongesprek was op te maken dat père Jean erg zijn best deed de
schuld af te schuiven, maar dat hij daar niet mee weg kwam.
Wat het precies was dat de vicaris generaal, Marc Ravelonatoandro,
raakte weet ik niet, maar al met al was het een dramatische
vertoning die eindigde met een toezegging van de vicaris generaal:
“Nous asssumons la responsabilité.”
Opgelucht gingen we naar de bank om het Koreaanse geld te wisselen.
Dat werd een teleurstelling. Men kende het geld niet en wilde er
niets mee. Dat is op zich niet zo ongewoon. Je kunt in Nederland ook
geen Malagassisch geld wisselen.
|
|
 |
|
We
besloten de gebeurtenissen van deze ochtend te verwerken op een
terras. Op het terras werden we benaderd door een verkoper van
landkaarten. Je wordt hier voortdurend door verkopers aangesproken.
Ik heb de indruk dat er minder westerlingen in Tana zijn dan een
paar jaar geleden en dat de verkopers daardoor wat opdringeriger
zijn dan vroeger.
Tijdens onze lunch (drie personen voor in totaal twaalf euro), bleef
de landkaartverkoper staan wachten en toen we weggingen om op de
markt een saus te kopen voor mijn zoon Michiel (die had om een saus
uit Madagascar gevraagd), bleef hij ons achtervolgen, over alle
treden van de trap die van dit deel van het centrum naar beneden
leiden. Aan weerszijden van deze trap staan verkopers van artikelen
en er lopen dus ook nog veel verkopers rond die je aanspreken. De
kaartverkoper klitte erg aan mij vast en Louise zei op een zeker
moment dat ze bang werd. Dat werd ik gelukkig niet. Uiteindelijk
schudden we de jongen af. Hij gaf het op onder het uiten van
vreselijke verwensingen aan het adres van de twee Malagassische
vrouwen.
Op de markt konden we inderdaad een saus kopen en toen namen we een
taxi naar de taxi-brousse. Louise was weer wat gekalmeerd en
schaterlachte toen ik wees op een grote zwarte man die op één schoen
liep, vermoedelijk onder het motto beter één dan géén (of net
verloren?).
Bij terug keer in Ampahidralampo bleek dat de vloer van de eerste
etage al in de kantine zat. Bravo voor Corine en Inge!
|
|
 |
|
Na een kort
moment van rust ging ik met Louise naar de chef de village. Hij en
zijn vrouw zaten weer achter de naaimachine, maar hun hulpje waren
ze kwijt. Die was in de stad gaan werken, waar hij beter betaald
krijgt. Van huis uit heeft de chef de village niet zo’n handig
beroep. Hij is elektromonteur en is gespecialiseerd in kleine
elektrische apparaten. Die zijn er niet zoveel in een dorp zonder
elektriciteit. Hij is heel arm, hij heeft net genoeg geld om te
eten, maar niet om te investeren in een voedselvoorraad. De rijst
kost momenteel ongeveer 1000 ariary, maar in de maanden december,
januari en februari, is er schaarste en dan kunnen de prijzen van de
rijst wel stijgen tot 5000 ariary, dat kan een doorsnee gezin niet
betalen en dus lijden ze dan honger. Met een beetje meer geld zouden
ze een voorraadje kunnen aanleggen. Ik gaf 60.000 ariary (24 euro)
in de hoop dat ze er iets verstandigs mee zouden doen.
Op de terugweg naar het centre kocht ik wat snoep om te trakteren op
school. Ik dacht dat het me heel wat geld zou kosten, maar al met al
was ik 2000 ariary kwijt, nog geen euro.
Hierna gingen we nog langs bij de docent wis- en natuurkunde, een
broer van Louise, die aan het centre is verbonden. Hij krijgt voor
zijn docentschap 20 euro per maand. Hij woont met vrouw en drie
zoons in een huisje met twee kleine kamers, één annex keuken. Beide
kamers werden verder voornamelijk in beslag genomen door een
tweepersoons bed. Op het ene bed zat zijn vrouw rozetten te maken.
Verder doet zij in afgrijselijke boeketten van kunstbloemen. Ik
vroeg of ik een paar rozetten kon kopen. Dat kon voor 250 ariary per
stuk dat is tien eurocent. Toen ik wilde betalen, zeiden ze dat het
een cadeau was en dat ze er nog een aantal bij zouden maken. Dat
deden ze ter plekke, man, vrouw en één van de zoons in harmonieuze
samenwerking. Vader knipte en moeder en zoon krulden de blaadjes om
in de vlam van een kaars.
Om zes uur waren we terug in het centre voor de maaltijd. Rob kwam
omstreeks die tijd ook terug van zijn tweedaagse trip naar het
natuurreservaat (waarover meer verderop als bijlage bij dit
verslag).
Het inchecken op de luchthaven leek probleemloos te verlopen tot het
moment waarop mijn bagage werd gecheckt bij de ingang van het
vliegtuig, toen werden mijn twee halve literflessen rum en twee
houten, bewerkte, briefopeners in beslag genomen omdat er een
scherpe punt aan zat. In het vliegtuig kregen we een stalen vork,
die ik moeiteloos als effectief wapen had kunnen gebruiken. Maar
goed in Madagascar word je niet agressief, iedereen is vriendelijk,
bijna nooit spreekt er iemand met stemverheffing, nooit zie je
iemand slaan. Het blijft een heel bijzonder land.
VITA MALAGASY
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|