|
2 mei
2007: weinig vakantieverkeer
We zouden al om zeven uur vertrekken en onze auto met chauffeur was
ruim op tijd, maar ons erf is momenteel een bouwplaats en de auto
kwam in een spijker. Er ging een uur weg met het repareren van de
band, dat moest in het dorp gebeuren en Njato en de chauffeur
brachten het wiel er op de motor heen.
We vertrokken dus even na acht uur: Rob, Inge, Corine, Renard, Njato
en ik. In het dorp pikten we père Richard op.
We besloten de volgorde Beloha, Sadabe, Antamponala, Morarano aan te
houden. Op die manier zouden we vier van de zeven scholen in het
district op één dag doen en de overige drie voor morgen bewaren.
Om in Beloha te komen reis je via Sadabe, daar stapte Njato even uit
om onze komst, later die dag, aan te kondigen.
De weg was slecht, er was weinig verkeer. Toen er drie huifkarren
langs kwamen zei Rob: “Oh, het vakantieverkeer is ook weer op gang
gekomen.”
De school in Beloha ligt bovenop een kale heuvel in een volledig
geërodeerde omgeving. Het schooltje heeft 250 leerlingen, die in
twee ploegen les krijgen, en is in hoge mate afhankelijk van hulp om
te kunnen blijven bestaan.
We werden er blij verwelkomd door zingende
kinderen. We lieten, net als vorig jaar, een tiental ballonnen los
en die leidden tot grote vreugde. Opvallend was dat de kinderen die
een ballon te pakken kregen er niet mee gingen spelen, maar hem
stevig vasthielden, voor zichzelf en niemand anders.
Dit keer waren we speciaal naar Beloha gekomen om de schade op te
nemen aan de put omdat we hadden gehoord dat hij door een cycloon
was verwoest. Door de druk van het omringende water waren de wanden
van de put ingedrukt, waardoor er bakstenen de put waren ingevallen.
Ze hadden en passant ook de motor beschadigd waarmee het water
omhoog wordt gepompt. Er is nu dus gewoon domweg geen water meer
voor de kinderen. Het is precies één jaar goed gegaan. Nu bleek
plotseling dat er niet slechts drie buses (duikers) ontbraken (zoals
ik al die tijd had gedacht), maar 23 van de 26 waarvoor we destijds
hebben betaald. De buses zijn essentieel om de druk van het
grondwater op te vangen. Ik was erg aangeslagen. Njato en Renard
ook.
De drie onderwijzers zeiden dat ze het al die tijd hadden geweten,
maar dat père Jean, die verantwoordelijk was voor de bouw, hen had
bezworen er niet over te praten. Dat hadden ze dus ook niet gedaan,
want ze waren bang voor ontslag. Ze hadden gezien dat père Jean
samen met de aannemer 3 buses had afgeleverd met een vrachtwagen met
bouwmateriaal voor de put. Ik besloot dat ik dit tot op de bodem uit
zou zoeken.
De kinderen in de drie klassen zongen blij, ondanks het feit dat ze
alwéér niets te drinken hadden.
|
|
In de auto op weg
naar Sadabe, zei ik dat ik père Jean zou aangeven bij de
Gendarmerie. Père Richard zei dat dat me natuurlijk vrij stond, maar
dat ik beter eerst contact op kon nemen met de bisschop van het
district. Père Jean is namelijk nog steeds priester.
In Sadabe stonden de kindertjes in rijen opgesteld op het
schoolplein om ons toe te zingen en dansjes te doen. Ook hier hadden
de kinderen veel plezier met de ballonnen, maar ze hielden ze hier
niet voor zichzelf: ze gaven ze aan de kleine kinderen, zonder dat
ze daartoe gedwongen werden overigens.
Hier was ook een probleem: men wilde graag uitbreiding met nog een
schoolgebouw. De ouders hadden al heel wat geld ingezameld en wat
ontbrak was 800 euro. Dat leek me geen groot probleem, hoewel père
Maruca een dag eerder een andere voorstelling van zaken had gegeven.
Volgens hem kon er geen extra gebouw neergezet worden op het
schoolterrein omdat er dan te weinig ruimte over zou blijven om te
spelen en terrein er bij kopen was erg duur. Sadabe is namelijk een
handelscentrum en de grondprijzen zijn er flink omhoog gegaan (je
praat dan niet over duizenden euro’s hoor). We stelden vast dat het
probleem alleen in het hoofd van pater Maruca bestond: het
speelterrein is groot zat.
Op een muur van een klaslokaal in Sadabe zag ik een foto van Sam en
Peter Molenaar. Peter Molenaar is een ex-directielid van het
Aloysius College en is hier vier jaar geleden geweest. Grappig om
hier een foto van een bekende te zien!
In Sadabe hadden ze weer voor een heerlijke lunch gezorgd.
Na Sadabe zetten we koers naar Antamponala. Omdat het woensdagmiddag
was, was de school dicht. De juf woonde in een ander dorp en iemand
ging er op de fiets heen om haar te waarschuwen dat er bezoek voor
haar was.
We hebben anderhalf uur gewacht. Het hele dorp liep uit. Ik zag
Herilanja terug, het jongetje dat ik in 2001 fotografeerde met een
baby op zijn rug en vorig jaar weer voor het eerst ontmoette: hij
was in die vijf jaar nauwelijks gegroeid. Nu ging hij het kind halen
dat hij in 2001 op zijn rug had gehad en zijn moeder kwam ook mee.
Het kleine kind bleek vier jaar en dat was twee jaar jonger dan
mogelijk was, gezien het tijdstip van de foto. Toen ik daar op wees
werd het kind van zes gehaald: een stevig meisje. Ze klom op de rug
van haar broertje voor weer een foto. Ik gaf de vrijwel tandeloze
moeder 10.000 ariary (4 euro) en even later kwam ze terug met een
bos uien: lekker voor onderweg!
|
|
De
kinderen van het dorp zongen voor ons en wij zongen Nederlandse
kinderliedjes voor hen.
Ik liep wat rond: vergeleken met zes jaar terug is het dorp een
idylle die langzaam vervaagt. De bedrijvigheid is zichtbaar
afgenomen en het is héél erg arm. Vrijwel niemand draagt hele
kleren, iedereen is vies en bijna alle vrouwen zijn zwanger.
Toch is er ook humor. Men zei dat Rob erg op père Edouard leek, een
Nederlandse pater die jaren geleden met de hulp aan dit district is
begonnen. Toen Rob zei: “Ik bén père Edouard.”, barsten de mensen in
schaterlachen uit: père Edouard is namelijk al jaren dood.
|
|
Na anderhalf uur
wachten besloten we toch maar te vertrekken omdat we anders veel te
laat in Morarano zouden arriveren. We kwamen de onderwijzeres
onderweg tegen en gaven haar de meegebrachte cadeaus, een paar
schetsboeken, potloden en kleurpotloden. Ze verontschuldigde zich om
dat ze er niet was toen wij kwamen, maar zij woont bij haar man in
het andere dorp.
Door het prachtige landschap reden we naar Morarano. De wegen zijn
nog steeds ongelofelijk slecht. Toen ik tegen de chauffeur zei dat
ik niet begreep waarom de dorpsbewoners niet zelf de reparatie van
de wegen ter hand namen zei hij: “Daar hebben ze de tijd niet voor,
ze zijn de hele dag voedsel aan het regelen.”
In Morarano waren heel veel vuile kinderen in kapotte kleren, maar
helaas geen onderwijzers. Ook hier was het woensdagmiddag en dus
vrij.
|