|
|
|
|
|
|
Reisverslag Madagascar 2007 |
|
1 mei: een lekker kopje koffie! |
|
Het leek
niet zo’n vol programma te worden, maar het werd toch nog een drukke
dag.
We stonden om zeven uur op. Om acht uur gingen Njato, zijn neef
Renard, Sitaka, Inge, Corine, Rob en ik naar de markt in Talata,
drie kilometer verderop. Met vier blanken waren we bepaald een
bezienswaardigheid.
In Talata deden we eerst het terrein van de school aan die daar is.
Het is een combinatie van basisschool en middelbare school. In het
verleden hebben wij aan deze school ook hulp gegeven, maar zij
worden tegenwoordig onder andere gesteund door een fonds in Monaco
en ze hebben onze hulp daarom minder hard nodig dan de andere
scholen in het district. We hadden gehoord dat op de school een
feest werd gevierd van een heilige, welke precies is me niet
duidelijk geworden, maar het was erg vrolijk en de kerk bij de
school zat stampvol.
Op het plein bij de school stond, toevallig of niet, maar toeval
bestaat niet, de nieuwe pater, père Richard. Hij vroeg ons even mee
te gaan naar zijn huisje op het terrein. Daar bespraken we de
situatie in het district. De armoede, maar vooral ook het gegeven
dat de oogst goed was. De pater bleek een aardige, bescheiden man,
heel anders dan zijn louche voorganger, père Berchamp (die het maar
een jaar had volgehouden) of de wat eigenaardige, enigszins
corrupte, pater daarvoor, père Jean. Hij vroeg zelfs helemaal niet
om geld.
Toen we het huisje van père Richard verlieten, stond ineens de
catecheet van de parochie voor ons. Hij heeft mij vorig jaar om 200
euro gevraagd voor een huis, en in de loop van het afgelopen jaar
zelfs een brief geschreven met hetzelfde verzoek. Dat verzoek had ik
toen voor mijn gevoel afgekocht met 25 euro, maar ik had hem
blijkbaar toch te veel aangemoedigd, want hij vroeg onmiddellijk
weer om geld. Eigenlijk vind ik hem een creep, maar toch voelde ik
mij schuldig dat ik niet onmiddellijk in de buidel tastte. Ik
beloofde hem dat ik later terug zou komen en ik wist zeker dat hij
me zou blijven achtervolgen tot ik iets voor hem had gedaan.
Op weg naar de markt kwamen we een aantal handwerkslieden bezig. We
zagen onder andere een man die een geëmailleerd bordje repareerde.
Dat is tenminste nog eens werken een duurzaamheid!
|
|

|
Op de markt was
het overvol, kleurrijk. Er was heel veel tweedehands kleding, veel
rotzooi, non-kwaliteit uit China.
Midden op de overvolle markt zei Rob plotseling dat hij wel een
kopje koffie zou lusten. Ik moest er erg om lachen en nam hem mee
naar de veemarkt. Tussen de biggen en koeien, herhaalde ik zijn
wens: “Ik zou eigenlijk wel een kopje koffie lusten!”.
We kochten hoeden voor één euro per stuk en vrachtwagens voor 80
eurocent. Het assortiment is de afgelopen zes jaar absoluut niet
veranderd. Er is eigenlijk heel weinig te koop wat wij de moeite
waard vinden.
|
|

|
|
Even voorbij de
uitgang van de markt dronken we sap van uitgeperste vruchten met
heel veel water en -voor wie het lekker vond- een ongelofelijke
vracht suiker. Ik bedankte voor de suiker en dat werd een beetje
merkwaardig gevonden.
Vijftig meter verderop vonden we datgene waar Rob -en ik zo
langzamerhand ook- naar hunkerde: een koffietentje. We dronken een
heerlijk kopje koffie en aten er elk anderhalve koek bij. Alles bij
elkaar kostte het 900 ariary, dat is nog geen 40 cent. Voor dat
bedrag kan je tenminste nog eens iemand trakteren!
Na de koffiestop gingen we naar de school, waar inmiddels een
picknick was begonnen midden op het schoolplein. Er was heel veel te
eten en dit keer ook niet zo eenzijdig: er was natuurlijk rijst -dat
is het basisvoedsel, maar ook bonen en kip. De kinderen waren
uitbundig vrolijk. De enige zuster die al zes jaar op deze school is
-de mobiliteit onder de zusters is enorm- is zuster Marie Bernard.
Ze vroeg mij of het goed ging in Monaco en zag me dus kennelijk voor
één van haar weldoeners uit Monaco aan. Toen ik haar zei dat ik uit
Nederland kwam, bleef ze toch allerhartelijkst en vroeg ons of wij
mee wilden eten. Ik zei naar waarheid dat er op ons gerekend werd in
Ampahidralampo en beloofde de volgende dag terug te komen.
Bij het hek van de school stond -verwachtingsvol- de catecheet. Ik
voelde me echt gedwongen hem iets te geven, slap, slap, slap. Het
werd 30.000 ariary, zo’n twaalf euro. Voor zijn grande famillle (hij
heeft tien kinderen). Enge man.
Op de terugweg deden we het huis van Renard en zijn vrouw even aan.
Ze zijn in december getrouwd en bewonen één kamer in het huis van
haar ouders. Keurige gordijnen scheiden het zitgedeelte van het
slaapgedeelte, met een eenpersoonsbed, een waslijn die dienst doet
als garderobekast en een tv van 15 bij 15 centimeter: ik wist niet
dat ze bestonden. Tot onze verbazing beschikt het echtpaar wel over
elektriciteit.
|
|

|
|
Ik gaf Renard en zijn vrouw 50.000 ariary (20 euro) voor hun
huwelijk, om zelf een cadeau van te kopen. De koffie was er
heerlijk.
In deze armoede zagen hij en zijn vrouw er verzorgd uit. Dat is in
Madagascar helemaal niet vanzelfsprekend. Heel veel mensen zien er
ongelofelijk smerig uit, maar Renard’s vrouw zit net als hij in het
onderwijs en beiden hebben gevoel van eigenwaarde, dat vertaalt zich
hier in ‘schoon’.
Voor de deur van Renard’s huisje stopte plotseling de jeep van pater
Maruca, een oude Siciliaanse Jezuïet die heel goed werk doet in
Madagascar, maar daarbij zijn eigen koers vaart. Pater Maruca zou
met ons lunchen in Ampahidralampo, maar was vooral erg in mij
geïnteresseerd.
Tijdens de lunch wilde hij mij ervan overtuigen dat het geen zin had
geld te investeren in uitbreiding van de school in Sadabe, omdat de
meerderheid van de leerlingen daar protestant is. Als je de school
uitbreidt werk je mee om het onderwijspeil van protestanten te
verhogen, en dat kan nooit de bedoeling zijn (vindt hij). Liefst zou
pater Maruca de protestanten dom houden. Hij pleitte ervoor geld
vrij te maken voor Morarano, een arm dorp, met veel katholieken,
waar ze hebben bedacht dat ze een middelbare school willen. Volgens
mij is het vooral een prestige kwestie, maar achter dat soort
fijngevoeligheden is geen vinger te krijgen (althans niet voor ons).
Het gesprek met pater Maruca verliep duidelijk niet naar zijn wens.
Het zij zo. Wij verlenen hulp in Madagascar op de manier die ons het
meest rechtvaardig lijkt.
Madama Louise informeerde bezorgd naar de afloop van het gesprek.
Omdat pater Maruca ook het centre helpt (de school van madame Louise),
wil zij hem graag te vriend houden.
Na de lunch gingen Rob, Njato, Renard en ik met de taxi-brousse naar
Tana., gewoon om wat rond te kijken en te shoppen. We liepen een
enorm eind over de markt. De grond was drassig en ongelijk en je
moest dus goed op je voeten letten, maar tegelijkertijd in de gaten
houden of er geen kwaad volk in de buurt was. Er was een grote
mensenmassa en het krioelde er van de kinderen die op een aantal
plekken gewoon in de drassige grond aan het spelen waren. Heel erg
vies. Ik zag het allemaal, maar bekommerde me vooral ook om mijn tas
en gordelbuidel. Het voelde niet helemaal fijn.
Rob was erg onder de indruk van de mensenmassa, de armoede en de
uitzichtloosheid.
Het viel mij op dat de situatie de laatste zes jaar absoluut niet is
verbeterd. De Wereldbank verleent hier hulp op de gebruikelijke
voorwaarden: de lonen zijn bevroren, de prijzen zijn los gelaten en
gaan dus omhoog. Ondertussen proberen ze de infrastructuur te
verbeteren. Onlangs reed voor het eerst in jaren weer een trein,
maar inmiddels is een deel van de rails gestolen en ligt de boel
weer plat. Hier en daar in het land worden de wegen verbeterd, maar
in de hoofdstad merk je daar weinig van.
Aan het eind van de markt is een verkoophal, waar je alles kunt
kopen wat je hartje begeert, en meer nog. De winkeltjes zijn op de
eerste etage en je komt er via een gang die ernstig naar pis ruikt.
We kochten kettingen en houtsnijwerk en nog wat andere prachtzaken.
Alles voor weinig geld, want veel kopers zijn er niet.
Toen we het gebouw hadden verlaten en ons weer in de krochten van de
markt hadden begeven, opperde Rob dat we een fles wijn moesten zien
te bemachtigen: drank heelt wonden, zullen we maar zeggen. Het leek
mij een wens die niet eenvoudig te realiseren was. Ik dacht dat we
een taxi zouden moeten nemen naar de supermarkt bij de bank. Daar
hadden we een dag eerder wijn gezien. Njato wist echter een
drankwinkeltje vlakbij de markt. Dat was er ook wel, maar daar
hadden ze geen wijn, alleen Malagassische rum. Ik bedacht plotseling
dat rum- cola ook heel lekker is en daar hoefden we tenminste niet
zoveel moeite voor te doen. Om kwart voor zes kwamen we in
Ampahidralampo aan. De rum-cola was heerlijk!
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|